Gezondheidszorg

Van noodgreep naar normaal: waarom euthanasie in 25 jaar vervijfvoudigde

Eindredactie: Nienke Postma ·

Van noodgreep naar normaal: waarom euthanasie in 25 jaar vervijfvoudigde

Onderzoek wijst op gaten in zorg en verzwakking van veiligheidstoetsen als oorzaken.

Het aantal doden door euthanasie in Nederland is in een kwart eeuw gestegen van 2.216 in 1999 naar 9.958 in 2024.1 Euthanasie is nu de oorzaak van 5,8 procent van alle sterfgevallen, tegenover 1,6 procent in 1999. Een omvangrijk onderzoek naar de oorzaken van deze stijging wijst op demografische veranderingen, maatschappelijke verschuivingen en ernstige gaten in het zorgsysteem. Onderzoekers waarschuwen dat deze gaten de wens tot euthanasie kunnen versterken in plaats van aan te pakken.

Studie onder vijf universiteiten

Het RISE-onderzoek, onder leiding van zorgethicus Dr. Els van Wijngaarden van Radboudumc, onderzocht vijf jaar lang waarom meer Nederlanders kiezen voor levensbeëindiging. Het onderzoek werkte samen met UMC Utrecht en Amsterdam UMC. De uitkomst: er is niet één oorzaak. De stijging komt voort uit een samenspel van vergrijzing en maatschappelijke verschuivingen, tekorten in de zorg die een doodswens kunnen versterken, en toetsing die in de praktijk minder streng is geworden.

Druk van verwachtingen

Zorgprofessionals herkennen een verschuiving in hoe patiënten euthanasie zien. Waar het vroeger een uiterste noodgreep was, beschouwen patiënten en families het nu steeds vaker als een recht. Deze verwachtingsdruk legt zwaar op artsen. Zij merken dat zij minder tijd hebben voor zorgvuldige afweging en meer voelen dat zij verplicht zijn een verzoek in te willigen. Het leidt tot situaties waarin artsen zich onder druk gezet voelen door patiënten en naasten.

Zorgkwaliteit speelt rol

Het onderzoek wijst op een patroon: waar zorg tekortschiet, groeien euthanasiewensen. Denk aan lange wachtlijsten in de ggz en te weinig personeel in verpleeghuizen en de thuiszorg. Zulke tekorten kunnen het lijden van mensen juist vergroten, terwijl zorg het zou moeten verlichten. Artsen werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg waarschuwen dat patiënten niet vanuit vrije wil voor euthanasie kiezen, maar omdat passende zorg ontbreekt of ontoereikend is.

Onvolledige toetsing

De toetsingscommissies voor euthanasie rapporteren dat minder dan 0,5 procent van alle gevallen in strijd is met de zorgvuldigheidseisen. Onderzoekers waarschuwen echter dat deze lage cijfers misleidend kunnen zijn. De drempels voor wat 'ondraaglijk lijden' betekent zijn opgerekt. De verplichte second opinion door een onafhankelijke arts wordt soms een afvinkmoment in plaats van een echte toets. De kloof tussen wat de wet toestaat en wat werkelijk gebeurt groeit. Regelmatig worden gebreken in toetsing pas opgemerkt na meerdere waarschuwingen.

Psychiaters onzeker

Veel psychiaters voelen zich onbekwaam en emotioneel belast door euthanasieverzoeken. Sommigen verwijzen patiënten liever door naar het Expertisecentrum Euthanasie, een landelijk aanspreekpunt voor complexe euthanasiezaken, dan zelf verantwoording te nemen. Dit leidt tot lange wachtlijsten juist daar waar de meest complexe gevallen zich voordoen. Ook bij dementie blijkt de beoordeling of iemand nog in staat is zijn of haar wil uit te spreken zeer subjectief. Artsen komen tot tegengestelde conclusies over dezelfde patiënt.

Media en acceptatie

De zichtbaarheid van euthanasie in media draagt bij aan het beeld dat het een acceptabele keuze is. Prominente gevallen krijgen veel aandacht. Zo kreeg de euthanasie van de twintiger Zoraya ter Beek in 2024, wegens psychisch lijden, wereldwijd aandacht. Onderzoekers waarschuwen dat het publieke gesprek over alternatieven ontbreekt. Een natuurlijk sterfbed krijgt veel minder aandacht. Dat geldt ook voor palliatieve zorg, die in de laatste levensfase pijn en klachten verlicht zonder het leven te verkorten. En voor psychosociale steun: hulp van bijvoorbeeld een psycholoog of geestelijk verzorger bij de emotionele kant van ziek zijn.

Verschuivingen in samenleving

Ook de samenleving zelf is veranderd. Nederland vergrijst, minder mensen zijn gelovig en we hechten meer aan het recht om zelf over ons leven te beslissen. Wie om euthanasie vraagt, doet dat daarom minder vaak alleen vanwege lichamelijke pijn. Vaker speelt de angst om afhankelijk te worden of de regie over het eigen leven kwijt te raken. Nederlanders denken over leven en sterven dus anders dan een kwart eeuw geleden.

KNMG verdedigt huidig systeem

De Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) stelt dat het systeem zorgvuldig verloopt.2 De beroepsorganisatie onderstreept dat euthanasie geen recht van de patiënt en geen plicht van de arts is, en waardeert de voorzichtige afweging. Tegelijkertijd erkent de KNMG dat betere scholing, betere toegang tot palliatieve zorg en evenwichtiger voorlichting nodig zijn.

Volgende stap onduidelijk

De minister van Volksgezondheid zal een beleidsreactie naar de Tweede Kamer sturen. Het RISE-onderzoek is duidelijk over één kernpunt: goede en toegankelijke zorg is geen luxe maar een voorwaarde voor zorgvuldige euthanasie.

Bronnen

  1. https://media.licdn.com/dms/document/media/v2/D4E1FAQEO3wiY6vwL_Q/feedshare-document-pdf-analyzed/B4EZ8jkhPAJYAY-/0/1783008208364?e=1792022400&v=beta&t=e5kjSB4w4kCZ4bsd91Ziwf3pMsEqF4oD6_2m9p4X0Kk
  2. Reactie KNMG op onderzoeksrapport over stijging van euthanasie