Justitie & veiligheid

Agressie tegen sociaal werkers blijft hoog, aanpak laat op zich wachten

Eindredactie: Nienke Postma ·

Agressie tegen sociaal werkers blijft hoog, aanpak laat op zich wachten

Acht op de tien sociaal werkers krijgen te maken met agressie van cliënten of hun naasten. Toch wordt het grootste deel nooit gemeld, en de aanpak blijft steken in adviezen.

Nynke de Boer was twintig en net begonnen als begeleider in het Amsterdamse Crisiscentrum voor Thuislozen, toen een ontevreden cliënt haar in een klein kantoor klemzette en bedreigde. Een collega haalde haar eruit en bracht haar naar huis; alleen durfde ze niet. Nog lange tijd voelde ze zich angstig. Ze herstelde vooral dankzij collega's die haar opvingen, en de cliënt werd geschorst. Later in haar loopbaan raakte een cliënt haar in het gezicht. Haar wijkagent was duidelijk: altijd melden.1

Haar verhaal is geen uitzondering. Volgens het CBS zegt 79 procent van de sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders dat zij te maken hebben met agressie van cliënten of hun naasten.2 Daarmee is het de zwaarst getroffen beroepsgroep binnen zorg en welzijn.3 Het gaat om uitschelden en intimidatie, maar ook om bedreiging en fysiek geweld.

Net over de grens stijgt het aantal meldingen zelfs. Bij de sociale centra van het Antwerpse OCMW, de Belgische tegenhanger van onze sociale dienst, kwamen vorig jaar 384 meldingen van agressie binnen. In de eerste helft van dit jaar waren het er al 218. Gaat het in dit tempo door, dan komt 2026 uit op ruim 430. Het gaat vooral om schelden en dreigen; 6 procent is fysiek geweld. Daarnaast worden medewerkers steeds vaker online lastiggevallen.4

Hoe vaak het gebeurt

Nederlandse meldcijfers zoals die uit Antwerpen zijn niet openbaar. Wel vragen onderzoekers werknemers zelf naar hun ervaringen. Het meest betrouwbare beeld komt van het CBS, dat elk jaar zo'n 35.000 werknemers in zorg en welzijn ondervraagt. Daaruit komt ook het cijfer van 79 procent. Anders dan in Antwerpen neemt het in Nederland niet toe, maar het blijft wel hoog: in de hele sector ging het aandeel dat agressie meemaakt van 61 procent in 2020 naar 57 procent in 2024.

Waar het precies gebeurt, liet onderzoeksbureau Ipsos zien, in opdracht van het ministerie van VWS en PGGM&CO, een vereniging van zorgmedewerkers. In februari 2021 vulden ruim 11.000 mensen uit zorg en welzijn een online vragenlijst in, onder wie 349 sociaal werkers.5 In de daklozenopvang en de wijkteams had negen op de tien sociaal werkers het afgelopen jaar agressie meegemaakt.

Een enquête van RTL Nieuws en de beroepsvereniging van sociaal werkers onder ruim 4.000 sociaal werkers kwam in 2019 nog hoger uit. Vrijwel iedereen was in drie jaar weleens uitgescholden, en 40 procent had fysiek geweld meegemaakt. Omdat die peiling over drie jaar ging in plaats van één, liggen de cijfers hoger.

Cijfers vertellen niet hoe het voelt. Socioloog Laura Keesman werkte jarenlang als sociaal werker in de Amsterdamse daklozenopvang.6 Samen met Don Weenink van de Universiteit van Amsterdam interviewde ze achttien medewerkers van het Leger des Heils. Die vertellen hoe dreiging hen lichamelijk raakt, en hoe ze hun angst wegdrukken om professioneel te blijven. Een Belgische student, Ans Schoepen, hoorde in tien interviews hetzelfde: na een tijdje kijkt niemand meer op van schelden.7

Het meeste blijft onder de radar

Uit hetzelfde Ipsos-onderzoek blijkt dat 40 procent van de sociaal werkers die agressie meemaakten dat niet meldde bij de eigen organisatie. Slechts 9 procent deed aangifte bij de politie. Dat komt niet doordat ze de weg niet weten: 97 procent weet waar ze kunnen melden.

De belangrijkste reden: ze vinden het voorval niet ernstig genoeg. Dat zegt 72 procent van wie geen aangifte deed. Sommigen bespreken een incident alleen met collega's, waardoor het nergens wordt vastgelegd. Een enkeling zegt dat de werkgever een aangifte niet zou steunen, uit angst voor slechte publiciteit.

Keesman ziet daarin een beroepsgewoonte. Sociaal werkers leren gedrag te begrijpen, en zien agressie daarom al snel als een uiting van onmacht of een roep om hulp. Organisaties laten het melden vervolgens aan de werker zelf over, terwijl niet duidelijk is vastgelegd welk gedrag over de grens gaat.

Het gevolg: organisaties weten niet goed of agressie toe- of afneemt, welke vormen het aanneemt en wanneer het gebeurt. Stijgende meldcijfers, zoals in Antwerpen, kunnen dus betekenen dat er meer geweld is, maar ook dat medewerkers vaker melden.

Werkdruk speelt mee

Dat werkdruk agressie in de hand werkt, is inmiddels met cijfers te onderbouwen. Van de werknemers in zorg en welzijn die hun werkdruk te hoog vinden, maakt 68 procent agressie mee.8 Bij wie de werkdruk goed vindt, is dat 54 procent. Het verschil is nog groter bij tijdgebrek: 75 procent tegen 57 procent.

Dat twee dingen samen voorkomen, bewijst niet dat het een het ander veroorzaakt. Het kan ook andersom: wie veel agressie meemaakt, ervaart het werk als zwaarder. Maar het past bij wat werkers zelf zeggen. Wie minder tijd per cliënt heeft, merkt spanning later op en heeft minder ruimte om die te laten zakken. Juist bij mensen met psychische problemen, een verslaving of schulden.

Nynke de Boer zoekt de oorzaak ook buiten het eigen werk. Door bezuinigingen in de ggz krijgen cliënten volgens haar niet de hulp die ze nodig hebben, en werken ggz en opvang slecht samen. Vakbond FNV onderscheidt twee groepen: een groeiende groep bij wie het gedrag voortkomt uit problemen die niet worden herkend, en een kleinere groep die bewust intimideert.

Een internationaal patroon

Het probleem is niet nieuw en niet typisch Nederlands. Al in 1998 rekende de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) sociaal werkers tot de beroepen met een verhoogd risico, samen met zorgmedewerkers, leraren en taxichauffeurs.9 Recent onderzoek in Duitsland en Groot-Brittannië laat zien dat dat nog steeds zo is.

In Duitsland ondervroegen de Hogeschool Fulda en de vakbond ver.di ruim 6.300 medewerkers in het sociaal werk.10 Een op de drie had fysiek geweld meegemaakt, en ruim 80 procent werkt geregeld op de toppen van zijn kunnen. In Groot-Brittannië ondervroeg de vakbond UNISON bijna 1.800 sociaal werkers.11 De helft was het afgelopen jaar uitgescholden of bedreigd tijdens een huisbezoek waarbij ze alleen waren.

Het Duitse onderzoek ziet hetzelfde verband als het CBS. Geweld komt vaker voor waar te weinig mensen te veel werk doen, waar veiligheidsbeleid alleen op papier bestaat en waar teams incidenten niet samen nabespreken.

Ook het meldprobleem speelt elders. Toen het Britse vakblad Community Care in 2014 446 medewerkers ondervroeg, zei 85 procent het afgelopen jaar geweld of verbale agressie te hebben meegemaakt. Toch registreerden de gemeenten steeds minder incidenten per gemeente.12

Het recept bestaat al, de uitvoering hapert

Aan adviezen geen gebrek. Het rijksprogramma Veilige Publieke Taak geeft werkgevers al jaren acht maatregelen mee.13 Ze moeten duidelijk maken welk gedrag niet acceptabel is, elk incident laten melden en vastleggen, medewerkers trainen, binnen 48 uur de dader aanspreken, aangifte stimuleren, de schade op de dader verhalen en nazorg bieden.

Antwerpen laat zien hoe zo'n aanpak er in de praktijk uitziet. Na de stijging liet de stad de politie alle sociale centra controleren op veiligheid. Spreekkamers kregen bredere bureaus, alarmknoppen werden beter zichtbaar en losse voorwerpen verdwenen uit de wachtkamers. Glazen wanden krijgen een folie die ze moeilijker breekbaar maakt, en vijftig maatschappelijk werkers testen dit najaar een draagbaar alarm voor huisbezoeken. Wethouder Nathalie van Baren presenteerde de maatregelen in de gemeenteraadscommissie Sociale Zaken.

In Nederland leek de oplossing ruim tien jaar geleden al binnen handbereik. Bij een proef van het ministerie van Binnenlandse Zaken met zo'n vijftien sociale diensten werd een agressieve cliënt binnen 48 uur verplicht op gesprek geroepen. In Zeist halveerde het aantal geregistreerde geweldsgevallen bij de sociale dienst ten opzichte van 2010, en bleef het vaker bij woorden.14 Of er echt minder geweld was of vooral minder werd gemeld, is niet bekend.

Dat optimisme is niet uitgekomen. Keesman concludeerde in 2021 dat alle metingen, proeven, handleidingen en afspraken de agressie tegen hulpverleners niet aantoonbaar hebben verminderd.15 Volgens haar komt dat vooral doordat slecht wordt bijgehouden hoe incidenten verlopen. Zij legt de bal nu bij de werkgever: Registreer álle incidenten die tegen de gedragsregels ingaan, niet alleen mondeling bij de teamleider. Leg vast wanneer een incident tot aangifte moet leiden, en steun medewerkers daarbij. Organiseer nazorg in de vorm van opvang, bespreking en rust, en zie die als recht in plaats van luxe.

Medewerkers vragen zelf vooral om training in gesprekstechnieken: 78 procent van de sociaal werkers met cliëntcontact noemt dat. Keesman waarschuwt dat zulke oplossingen de last opnieuw bij de individuele werker leggen. Het signaal dat agressie niet bij het werk hoort, moet van de werkgever komen.

Nynke de Boer kreeg dat signaal niet van haar werkgever, maar van haar wijkagent: altijd melden. Zolang organisaties dat niet zelf uitdragen, blijft het grootste deel van de agressie onzichtbaar, en daarmee ook het probleem dat ze moeten oplossen.

Bronnen

  1. Ongewenst gedrag risico van het vak?
  2. CBS. Onderzoeksbeschrijving Werknemersenquête
  3. Bijna 6 op de 10 zorgmedewerkers ervaren agressie patiënten
  4. VRT NWS (2026). Vijftig maatschappelijk werkers van OCMW Antwerpen testen draagbaar alarm tijdens huisbezoeken. Bron van de 384 en 218 meldingen
  5. Ipsos, in opdracht van PGGM&CO en VWS (2021). Agressie en ongewenst gedrag op de werkvloer. Brancherapportage Sociaal Werk
  6. Keesman, L. en Weenink, D. (2020). Bodies and emotions in tense and threatening situations. Journal of Social Work, 20(2)
  7. Schoepen, A. (2026). Wie zorgt voor de sociaal werker? Bachelorproef, Erasmushogeschool Brussel
  8. CBS (2025). Minder werknemers in gehandicaptenzorg ervaren werkdruk als te hoog. Cijfers per branche, waaronder sociaal werk
  9. Violence on the Job - a Global Problem
  10. Meyer, N. en Alsago, E. (2025). AVASA: Wenn Hilfe verletzt. Hochschule Fulda en ver.di
  11. UNISON (2026). Half of social workers verbally abused during solo home visits, via Community Care
  12. Community Care (2014). British social workers attacked or verbally abused more than 20,000 times
  13. P-Direkt. Agressie en geweld: acht maatregelen Veilige Publieke Taak
  14. Binnenlands Bestuur. Agressie acuut de kop indrukken
  15. We moeten geweld tegen sociaal professionals leren doorgronden